Jeff Buckley - Grace, nalatenschap en vaarwel
Jeff Buckley wordt geboren in Orange County (Californie) in 1966 en overlijdt op 29 mei 1997 door verdrinking in de Mississipi rivier in Memphis tijdens een nachtelijke zwempartij. In zijn korte leven heeft Jeff Buckley maar één compleet studioalbum uitgebracht. Het album Grace is zijn nalatenschap en vaarwel.
Jeff Buckley gold als de meest opmerkelijke muzikant van zijn generatie, bejubeld door het publiek, muziekrecensenten en medemuzikanten. Zijn eerste commerciële opname, de EP Live at the Sin-é, kwam uit in december 1993 bij Columbia Records. Op de EP begeleidt Jeff Buckley zichzelf op elektrische gitaar, in een klein koffiehuis in New York’s East Village.
Jeff Buckley - Grace
In de tijd dat deze EP uitkwam zat Jeff Buckley in de studio met Mick Grondahl (bas), Matt Johnson (drummer), en producer Andy Wallace en nam zeven nummers op waaronder “Grace” en “Last Goodbye”. Ook nam hij drie covers, Leonard Cohen’s “Hallelujah”, Benjamin Britten’s “Corpus Christi Carol” en James Sheltons “Lilac Wine” op, die ook op zijn debuut album Grace terechtkwamen. Gitarist Michael Tighe werd een vast bandlid van Jeff Buckley’s ensemble en schreef en speelde mee op “So Real” vlak voor het album Grace werd ge-released.
Op 13 april 1995 werd bekend dat Jeff Buckley’s Grace de prestigieuze Franse “Gran Prix International Du Disque” award in de wacht had gesleept. Frankrijk beloonde Jeff Buckley met een gouden plaat voor het album Grace.
Drummer Matt Johnson verlaat de band na de “Hard Luck Tour”, die tot maart 1996 liep. Het postume album Jeff Buckley - Mystery White Boy is een verzameling van hoogtepunten van Jeff’s live performances van 1995-1996. De DVD release Jeff Buckley - Live In Chicago laat een compleet concert zien dat gegeven werd in The Cabaret Metro in Chicago op 13 mei 1995.
In de nacht dat Jeff Buckley stierf was hij onderweg om zijn band te ontmoeten voor de oefensessies voor My Sweetheart, The Drunk.
Kijk hier voor een uitgebreid artikel over Jeff Buckley geschreven door Henry Yates.