The colour and the shape

Jeff Buckley’s Grace – Ode aan de liefde

In de herfst van 1993 had Jeff Buckley genoeg van het stuurloos ronddobberen en was hij vastberaden bezig met de voorbereidingen voor zijn debuut. Zijn vaardigheden als multi-instrumentalist waren ruin voldoende om hem in staat te stellen veel van ‘Grace’ zelf op te nemen. Maar Jeff Buckley verkoos de samenwerking met een ritmesectie boven de afzondering van de soloartiest. “Al mijn favoriete muziek is bandmuziek”, zo legde hij later uit. Met bassist Mick Grondahl en drummer Matt Johnson oefende Jeff Buckley een maand, waarna het trio in de Bearsville Studio in Woodstock aan het album begon te werken.

Jeff Buckley Grace Volgens Jeff Buckley’s moeder was veel van het material van ‘Grace’ al rond 1980 geschreven (zeker Eternal Life en Mojo Pin, die ook op Live at Sin-é voorkwamen). Toch kwamen deze songs pas werkelijk tot leven tijdens de sessies voor ‘Grace’. Volgens Jeff Buckley was dat te danken aan zijn bandleden die zijn eigen spaarzame arrangementen aanvulden en aan Andy Wallace, die de magie die in de lucht hing op tape wist te krijgen.

Of je nu met een band iets maakt of als soloartiest, maakt een enorm verschil’. Alle spontaniteit en dynamiek van dat moment worden verdrievoudigd of misschien zelfs meer dan dat. We werden pas echt een band tijdens de sessies van ‘Grace’.

Gezien Jeff Buckley’s verblijf in reggea-, metal en punksbands hoeft het eclectische karakater van ‘Grace’ geen verwondering te wekken. Het album begint met het wonderschone Mojo Pin en het even mooie, in Drop-D stemming gespeelde ‘Grace’. Voor beide nummer werd Gary Lucas gevraagd zijn oorspronkelijke gitaarpartijen te reproduceren. Het album gaat verder met het prachtige Last Goodbye om ons dan volkomen op het verkeerde been te zetten met een tweeal covers. De eerste is James Sheltons Lilac Wine. “Ik heb ooit de uitvoering van Nina Simone gehoord en dat is de enige die er toe doet”, zei Jeff Buckley eens. De tweede is Benjamin Brittens Corpus Christi Carol. “Mijn vriend Roy liet me dat nummer eens horen toen ik nog op school zat en nu zing ik het voor het hem”.

Tegen de tijd dat het album is aangekomen bij Eternal Live (een bombastische stamper die aan Rage Against the Machine doet denken) en de afsluiter Dream Brother (“dat gaat over een vriend van me die een nogal buitensporig leven heeft geleid”) is elke poging het album in een hokje te plaatsen zinloos geworden. Zelfs de songs hebben een gespleten persoonlijkheid. Luister bijvoorbeeld eens naar de cirkelzaagriff die het slaapliedje So Real ruw verstoort. Alleen Jeff Buckley’s direct herkenbare vocalen houden het nummer bijeen.

Ondanks de ontegenzeggelijke kwaliteit van Jeff Buckley’s composities is één van de hoogtepunten van ‘Grace’ geschreven door een ander songwriter. Hallelujah verscheen oorspronkelijk op Leonard Cohens ‘Various Positions’ album uit 1984, maar wie de formidabele soloversie op ‘Grace’ heeft beluisterd moet wel van mening zijn dat de song nu aan Jeff Buckley toebehoort. “Als je goed naar Hallelujah luistert, hoor je dat het eigenlijk over seks gaat en over liefde en leven op deze aarde”, legde hij uit. “Het hallelujah is niet bedoeld als eerbetoon aan een aanbeden persoon of God, maar als hommage aan het orgasme. Het is een ode aan de liefde en aan het leven”.

Deel I: Jeff Buckley – Grace- Goddelijke genade